Democratische volksassemblees van Bookchin tot Öcalan

Janet Biehl


In zijn gevangenschap op het Turkse eiland Imrali ontdekte PKK-leider
Öcalan in het begin van de jaren 2000 de werken van de Amerikaanse denker Murray Bookchin. Het inspireerde hem om zijn vroegere opvattingen te herzien. Bookchin was een voorloper van de groene beweging en muntte de term ‘sociale ecologie’. Öcalan omarmde Bookchins radicaal-democratisch bestuursmodel, dat de staat omzeilt of overbodig maakt. Janet Biehl gaf de volgende presentatie op de New World Summit in Derik, Rojava, op 16 oktober 2015.

De Amerikaanse sociaaltheoreticus Murray Bookchin was een groot origineel denker, hij beïnvloedde de linkerzijde met ideeën over democratische volksvergaderingen, ecologie en tegenstand tegen hiërarchie, lang voordat deze ideeën populair waren en het nieuwe grondslagen verschafte aan de strijd tegen het kapitalisme en de natiestaat. In de radicale jaren 1930 groeide hij op als een jong-communist in New York, maar tegen het einde van de jaren 1940 verwierp hij het marxisme-leninisme, niet enkel omdat het autoritair was maar ook omdat het foutief was – het proletariaat bleek niet revolutionair te zijn. In plaats van radicale politiek op te geven, zoals vele van zijn vrienden deden, bleef Bookchin verder doen en koos hij ervoor het revolutionair project aan een nieuwe tijd aan te passen.

In de jaren 1950 realiseerde hij zich dat een nieuwe linkerzijde democratisch en ecologisch zou moeten zijn. Zijn studie van het antieke Athene leerde hem dat de mensen in staat zijn zichzelf te leiden door middel van democratische face-to-face burgervergaderingen. Dit inspireerde hem tot de overtuiging dat de huidige natiestaat zou kunnen aan de kant geschoven worden en dat diens macht zou kunnen overgenomen worden door de in zulke volksvergaderingen georganiseerde burgers. Indien de mensen in het verleden op zo’n manier geregeerd hadden, dan zouden ze dat opnieuw kunnen doen.

Hij zag ook vroeg in dat het falen van het kapitalisme gelegen was in het conflict met het natuurlijk milieu, hetgeen uiteindelijk zou uitmonden in een crisis. Hij schreef de eerste manifesten voor radicale ecologie, waarbij hij ervoor pleitte dat de steden zouden gedecentraliseerd worden, zodat de mensen op een kleinere schaal zouden kunnen leven, hun voedsel lokaal zouden kunnen produceren, hernieuwbare energie zouden kunnen gebruiken en hun lot in eigen hand zouden kunnen nemen. De daarop volgende decennia zou Bookchin deze ideeën uitwerken tot een programma voor een ecologische, democratische, niet-hiërarchische maatschappij, een programma dat hij ‘sociale ecologie’ noemde.

In de jaren 1960 trachtte hij Nieuw Links – de revolutionaire studenten-, zwarten- en antioorlogsbewegingen – ervan te overtuigen te ijveren voor burgerassemblees. Maar die bewegingen waren meer geïnteresseerd in het creëren van een proletarische revolutie, in solidariteit met Castro, Guevara, Ho en Mao.

De jaren 1970 zagen de bloei van een ecologische tegencultuur waarin coöperatieven en organische boerderijen opgericht werden, die ijverde voor vrede en protesteerde tegen kernenergie. Anarchisme werd opnieuw populair, dankzij Bookchin zelf, en hij trachtte de anarchisten ervan te overtuigen dat burgerassemblees hun natuurlijke politieke instellingen vormden. Maar anarchisten hielden niet van democratie omdat het verkiezingen betekende en het aanvaarden van de wil van de meerderheid.

Ondanks deze tegenslagen werkte Bookchin in de jaren 1980 zijn democratisch programma uit, dat hij nu libertair municipalisme noemde. De buurt en de stad, zei hij, kunnen een revolutionair strijdveld worden. Hij pleitte voor de democratisering van de gemeenten door middel van burgerassemblees in de hoop dat daaruit een gemeentelijke opstand tegen de natiestaat en het kapitalisme zou voortvloeien. De fysieke vorm van de stad zou eveneens gedecentraliseerd kunnen worden. Door steden terug op schaal van buurtgemeenschappen te organiseren en door technologische hulpmiddelen terug via ecologische lijnen te organiseren, tracht het libertair municipalisme stad en platteland tot een creatief evenwicht te brengen.

Voor grotere regio’s stelde Bookchin voor dat de assemblees een confederatie zouden vormen, zowel op gemeentelijk als op regionaal niveau en zelfs verder. Die zouden afgevaardigden sturen naar de confederale raden om hun beleid te coördineren en uit te voeren. De macht zou van onder naar boven lopen. De confederaties zouden belangrijke economische bedrijven onteigenen en de economie ‘municipaliseren’ – plaatsen onder gemeentebeheer. Het economische leven zou deel uitmaken van het openbare leven van de geconfedereerde assemblees, die de materiële levensmiddelen ten voordele van allen zouden verdelen.

Naargelang meer gemeenten zouden democratiseren en confedereren, zouden ze genoeg macht kunnen verwerven om tegenover de staat en het kapitalistisch systeem een duale macht te vormen. De confederaties zouden de wil van het volk uitdrukken en zouden hefbomen voor de trasfer van macht kunnen worden.

Toen in de jaren 1980 er in Noord-Amerika en in Europa groene partijen opgericht werden, trachtte Bookchin hen ervan te overtuigen om dit programma over te nemen. Maar ze bleken meer geïnteresseerd in het vormen van conventionele top-down politieke partijen.

Uiteindelijk, op hoge ouderdom in de jaren 1990, zou hij nogmaals de anarchisten proberen duidelijk te maken dat het ideaal van collectieve gemeenten in zelfbeheer, verenigd in confederaties, deel van hun geschiedenis was. Maar nogmaals verwierpen ze dit idee, met het argument dat gemeentebesturen niets méér waren dan kleine natiestaatjes, en dat er niets bevrijdends in hen school. Bookchin hoorde niet thuis in hun beweging, men zei dat hij ‘een vierkante schroef in een rond gat’ was.

Toen hij zijn krachten voelde afnemen trok Bookchin zich uit het politieke leven terug en hoopte hij dat er ergens in de toekomst een beweging zou opduiken dat het idee van burgerassemblees weer zou oppikken. Moest dat ooit gebeuren, dan zouden zijn geschriften daarvoor klaar staan.

Het was op dat moment dat Abdullah Öcalan hem vanuit zijn eenzame opsluiting op het eiland Imrali schreef.

*

Na de val van de Sovjet-Unie in 1991 was Öcalan tot de conclusie gekomen dat het Koerdische volk een antwoord moest bieden op dit historisch moment en hun bestaand marxistisch programma moest aanpassen. Op zijn proces in 1999 riep hij op voor de democratisering van de Turkse republiek en voor het recht van elke burger om op een gelijkwaardige manier aan het Turkse politieke leven te mogen deelnemen, ongeacht de etnie waartoe men behoorde. Zijn oproep kende geen succes, en hij werd veroordeeld voor hoogverraad.

In zijn eenzame opsluiting was het hem enkel toegestaan bezoek te ontvangen van zijn advocaten, en dan nog maar één uur per week. Gedurende deze bezoeken in het begin van de jaren 2000 zou Öcalan dikwijls aan zijn advocaten vragen naar aanbevelingen van zijn vrienden voor boeken die hij zou kunnen lezen. De advocaten brachten hem boeken over sociale theorie en dergelijke, en Öcalan begon al snel manuscripten te schrijven waarin hij deze verwerkte.

Eén van de medewerkers van de advocaten in Istanbul, Oliver Kontny, vertaalde enkele van de manuscripten en ‘discussieerde over enkele van de filosofische en politieke implicaties’. Ze dachten eraan Öcalan méér boeken aan te bevelen, onder meer Foucault. ‘Dan kwam er iemand met een boek van Murray Bookchin dat in het Turks vertaald was,’ vertelt Kontny. Het is niet duidelijk welk boek dat was.

De advocaten namen het boek mee naar Imrali en toen Öcalan het las bleek hij in de auteur een geestverwant ontdekt te hebben. In 2002 schreef hij in zijn gevangenisnotities: ‘Ik beveel dit boek aan de gemeentebesturen aan.’ Daarop vroeg Öcalan meer boeken van Bookchin en hij verkreeg ze. Spoedig werd duidelijk dat hij aan het werken was aan een ‘paradigmaverandering’ op basis van de sociale ecologie en het libertair municipalisme. Hij startte een discussie binnen de PKK op, maar de nieuwe ideeën sloegen aanvankelijk niet aan.

In 2004 schreven Kontny en zijn toenmalige collega Reimar Heider een email naar Bookchin waarin ze stelden dat Öcalan interesse voor zijn werk had en om een gedachte-uitwisseling vroeg. Bookchin was verrast dat hij benaderd werd door de veroordeelde PKK-leider. Hij antwoordde enkele dagen later en zei dat het hem plezier deed een bericht van Öcalan te mogen ontvangen en hij beveelde hem zijn in het Turks vertaalde boeken aan, waarbij hij niet wist dat Öcalan ze reeds gelezen had.

De twee tussenpersonen bezorgden deze brief aan Öcalan. Ongeveer een maand later, in mei 2004, schreven Kontny en Heider een tweede brief naar Bookchin, waarin ze zeiden dat Öcalan ‘benadrukte dat hij van mening was dat hij een goed begrip van uw ideeën verworven had’ en ‘over zichzelf sprak als “een goed student” van u.’ Hij ‘werkt aan het concept van een ecologische en democratische maatschappij en aan de praktische implementatie van libertair municipalisme in Koerdistan.’ En hij zei dat ‘de Koerdische bevrijdingsbeweging vastbesloten is uw ideeën succesvol toe te passen.’

Enkele dagen later antwoordde Bookchin en schreef hij de tussenpersonen: ‘Ik ben verheugd dat hij mijn ideeën over libertair municipalisme bruikbaar vindt in de uitwerking van een toekomstige Koerdische politiek… Ik verkeer niet in een positie om een lange theoretische dialoog met Mr Öcalan te voeren, hoezeer ik dat ook zou willen… Het is mijn hoop dat het Koerdische volk op een dag in staat zal zijn een vrije, rationele samenleving uit te bouwen en in staat zal zijn haar virtuositeit weer te laten bloeien. Zij mag zich gelukkig prijzen zo’n talentrijk leider als Mr Öcalan te hebben.’

We zonden de email naar Kontny en Heider. Toen Kontny hem ontving, zo vertelde hij me, bevond hij zich in een hotel in Jordanië en was hij op weg naar het Koerdische Volkscongres in het Qandilgebergte. Terwijl hij op zijn vlucht naar Bagdad wachtte, printte hij Bookchins brief uit. Toen hij de bergen bereikte toonde hij hem aan het organisatiecomité van het congres en stelde hij voor dat de brief zou voorgelezen worden aan de afgevaardigden. Er volgde een heftige discussie. Iemand wierp op: ‘We hebben veel belangrijker potentiële bondgenoten in de Verenigde Staten. Wie kijkt er om naar een marginale anarchist met 50 volgelingen?’ Kontny repliceerde dat Öcalan zelf de Koerdische activisten gevraagd had Bookchin te lezen, waarom zou Bookchins boodschap dan niet op het congres kunnen voorgelezen worden?

Daarop nam een afgevaardigde van de vrouwenbeweging het initiatief om Bookchins boodschap in het Koerdisch en het Turks te vertalen. Toevallig moest ze de openingssessie voorzitten, en toen dus het moment aanbrak, las ze de brief voor. Het applaus van de afgevaardigden was warm en geestdriftig.

Enkele maanden later, op 27 oktober, schreef Öcalan opnieuw in zijn gevangenisnotities: ‘Ik heb voorgesteld dat de gemeentebesturen Bookchin zouden lezen en zijn ideeën in de praktijk zouden omzetten.’ Op 1 december schreef hij: ‘Het wereldbeeld dat het mijne is staat dicht bij dat van Bookchin,’ en hij raadde zijn aanhangers aan Urbanization Without Cities en Remaking Society te lezen.

Öcalan ontwikkelde een basisdemocratisch programma voor de Koerdische beweging. In maart 2005 publiceerde hij de ‘Verklaring van Democratisch Confederalisme in Koerdistan’, waarin hij pleitte voor ‘een basisdemocratie… gebaseerd op de democratische gemeenschapsstructuur van de natuurlijke maatschappij’. Het zou ‘dorps- en stadsassemblees moeten vormen en hun afgevaardigden zouden reële beslissingsmacht moeten kennen, hetgeen in feite betekent dat het volk en de gemeenschap de beslissingen nemen.’ Hij stelde voor meer van dergelijke democratische instellingen op te richten, zodat heel Turkije zou gedemocratiseerd worden. Deze assemblees zouden daarop de nationale grenzen oversteken, democratische beschaving in de regio introduceren en niet enkel vrijheid voor de Koerden voortbrengen maar een democratische confederale eenheid in heel het Midden-Oosten.

Toen Bookchin in juli 2006 overleed, huldigde de PKK-assemblee ‘een van de grootste sociale wetenschappers van de twintigste eeuw’, en stelde ze dat Bookchin ‘aangetoond heeft hoe een nieuw democratisch systeem in de realiteit kan omgezet worden’. Ze besloot ‘deze belofte in de praktijk om te zetten als de eerste maatschappij dat een concreet democratisch confederaal systeem instelt’.

In 2007, in Syrië, vaardigde de PYD haar ‘Project voor Democratisch Zelfbestuur in West-Koerdistan’ uit, en begon in de klandestiniteit het democratisch confederalisme uit te werken. In juli 2011 riep een buitengewoon congres in Diyarbakir de ‘democratische autonomie’ uit. Spoedig zouden in Koerdische dorpen en steden democratische instellingen en organisaties van de civiele maatschappij opduiken: assemblees, raden, comités en coöperatieven. Dit droeg bij aan het ontstaan van zelfbestuur op lokaal niveau en aan de ontwikkeling van een duale macht ten opzichte van de Turkse staat.

In maart 2011 begon de Syrische opstand en kende de Koerdische beweging een opleving, ze creëerde raden in buurten, dorpen, districten en regio’s. Toen het Assad-regime in juli 2012 zich uit de regio terugtrok, bestond er reeds een systeem van assemblees en confederale raden en kon het reeds op de steun van de bevolking rekenen.

Ik ben van mening dat Bookchin blij zou geweest zijn moest hij deze ontwikkeling in beide delen van Koerdistan hebben kunnen zien, zoals ik dat kon toen ik in december 2014 Rojava bezocht. In het Midden-Oosten of elders, de assemblee was voor Bookchin een ethisch proces. Zoals hij in het midden van de jaren 1980 in Urbanization Without Cities schreef: ‘Onze vrijheid als individu hangt in grote mate af van de gemeenschapssystemen en de solidariteit… Wat ons onderscheidt als sociale wezens, hopelijk met rationele instellingen… zijn onze mogelijkheden tot solidariteit met elkaar, tot het wederzijds versterken van onze zelfontwikkeling… en tot het bereiken van vrijheid binnen een sociaal creatieve en institutioneel rijke collectiviteit.’

Uit: een voorbije blog van Janet Biehl over Murray Bookchin. Vertaling door Johny Lenaerts.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: